Regels

Regels - Via Gladiola

Via Gladiola

Het is zover: de beroemde Vierdaagse van Nijmegen. Vier dagen lopen, 50km per dag. Overal vrolijke mensen. Een medaille in het verschiet. Hier heb je voor getraind! Maar loop niet te hard van stapel...
In Via Gladiola bepaal je elke beurt weer of je blijft lopen, even uitrust of een zware gladiool weglegt. Je mag alleen hogere kaarten opleggen, maar ga niet te snel, want je wilt natuurlijk geen blaren oplopen.
Na 4 dagen wint de speler met de minste blaren.

Spelonderdelen

49
Kilometerkaarten (1–49 km, allen uniek, met 0–5 blaren (Blister symbol) en 3 snelheden)
4
START kaarten (waarde 0)
6
FINISH kaarten (waarde 50, 0–2 blaren Blister symbol)
8
Gladiool kaarten (1–5 blaren Blister symbol)

Voorbereiding

  1. Leg de START-kaart (0 km) voor dag 1 midden op tafel. Dit wordt de loopstapel. Leg de andere 3 START-kaarten (0 km) even apart.
  2. Schud de 49 Kilometerkaarten (getal 1 –49 km), de 6 FINISH-kaarten (50 km) en de 8 Gladioolkaarten door elkaar.
  3. Geef 8 kaarten aan elke speler. Geheim houden! Vorm met de rest van de kaarten een trekstapel.
  4. De speler die het laatst heeft gewandeld begint.

Game Play

Je speelt het spel in 4 rondes (Dag 1 t/m 4).

Speel om beurten. Als je aan de beurt bent kies je voor lopen of rusten of een Gladiool spelen.

Lopen

Kies 1 handkaart. De kaart moet een hoger getal hebben dan de bovenste kaart op de loopstapel. Leg de kaart open op de loopstapel.

Hoe harder je gaat (hoe groter het verschil in waarde), hoe meer kaarten je moet trekken. En te hard lopen mag niet. Onderstaand een overzicht:

+1 t/m +5 Helemaal goed Geen kaart trekken
+6 t/m +10 Fors tempo Trek 1 kaart
+11 t/m +15 Wel erg hard Trek 2 kaarten
+16 of meer Te hard Niet toegestaan

Als je een FINISH kaart (50 km), speelt, eindigt daarna de dag. Leg de loopstapel weg. Pak de START-kaart voor de volgende dag en leg die midden op tafel. Dit is de nieuwe loopstapel.

Rusten

Trek 1 kaart van de trekstapel. Soms is rusten gewoonweg de beste optie. Ken je grenzen.

Gladiool spelen

Kies 1 Gladioolkaart uit je hand (mag alleen op dag 4). Leg deze naast de loopstapel. Een Gladiool spelen kan een goede manier zijn om een beurt over te slaan zonder te rusten.

Gladiola symbol Gladiolen kun je alleen spelen tijdens dag 4, de laatste ronde van het spel.

Als de Trekstapel leeg is

Als de trekstapel op is, pak je van dag 1 alle kaarten, behalve de START-kaart (0 km). Schud ze en vorm een nieuwe trek stapel. Is de trekstapel later weer op, herhaal het dan met de kaarten van dag 2 en daarna ook die van dag 3.

Kaartindeling

Op elke kaart vind je de volgende informatie:

  1. Waarde (0-50 km).
  2. Blaren Blister symbol (0-5) die aan het eind van het spel tellen als strafpunten. Hoe minder, hoe beter.
  3. Tempometer De getallen onderaan laten zien welke kaarten je mag spelen en hoeveel kaarten je dan eventueel moet trekken van de trekstapel.

Voorbeeld: op de loopstapel ligt 21 bovenop.

  • Speel je 22-26, dan hoef je niets te trekken.
  • Speel je 27-31, dan moet je 1 kaart trekken.
  • Speel je 32-36, dan moet je 2 kaarten trekken.
  • Een kaart met 37 of hoger mag je niet spelen.

Speleinde

Als dag 4 klaar is, is het tijd om de punten te tellen:

  • Tel hoeveel blaren (Blister symbol) er op de overgebleven kaarten in je hand staan.
  • Wie de minste blaren heeft wint.
  • Gelijkspel? Wie mindere kaarten heeft wint.
  • Nog steeds gelijk? Deel dan de overwinning.

Variant

Om het spel tactischer te maken, kun je deze regel toevoegen: het spel eindigt ook zodra 1 speler geen kaarten meer heeft. De puntentelling blijft gelijk.

Ready to play?